Gezondheidsclaims

Een gezondheidsclaim zegt iets over het effect van een voedingsmiddel of voedingsstof op de groei, ontwikkeling of functies van het lichaam. Voorbeelden zijn: ‘Vitamine B1 draagt bij aan een normaal energiemetabolisme’ en ‘Vezel uit tarwezemelen draagt bij aan een verhoging van het ontlastingsvolume’. Alleen gezondheidsclaims die op Europees niveau zijn goedgekeurd, zijn toegestaan.

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft geen gezondheidsclaims goedgekeurd die betrekking hebben op voedingsvezels in het algemeen of op volkoren. Deze begrippen zijn naar de mening van de EFSA onvoldoende bepaald of met andere woorden, te algemeen. Er vallen te veel verschillende voedingsmiddelen en -ingrediënten onder één begrip (rogge, tarwe, haver, rijst, maïs, etc.), waardoor geen specifiek gezondheidseffect kan worden toegekend. Voor specifieke voedingsvezels zijn wel enkele gezondheidsclaims goedgekeurd. Die staan in de onderstaande tabel van de Europese Commissie.

Tabel: Toegestane gezondheidsclaims voor bepaalde voedingsvezels

Soort 

Claim

Voorwaarde

Vezels uit tarwezemelen

Vezels uit tarwezemelen dragen bij aan een snellere darmpassage.

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die minimaal 6 gram tarwezemelenvezel per 100 gram product of minimaal 3 gram tarwezemelenvezel per 100 kcal bevatten. Verder moet informatie aan de consument worden verstrekt dat het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van ten minste 10 gram tarwezemelenvezels.

Vezels uit tarwezemelen

Vezels uit tarwezemelen dragen bij aan een verhoging van het ontlastingsvolume.

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die minimaal 6 gram tarwezemelenvezels per 100 gram product of minimaal 3 gram tarwezemelenvezels per 100 kcal bevatten.

Vezels uit gerstekorrels en haverkorrels

Vezels uit gerstekorrels/haverkorrels dragen bij aan een verhoging van het ontlastingsvolume.

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die minimaal 6 gram vezel uit gerstekorrels respectievelijk haverkorrels per 100 gram product bevatten of die minimaal 3 gram van deze vezels per 100 kcal bevatten.

Roggevezels

Roggevezels dragen bij aan een normale darmwerking.

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die minimaal 6 gram roggevezels per 100 gram product of minimaal 3 gram roggevezels per 100 kcal bevatten.

Bètaglucanen

Bètaglucanen dragen bij aan de instandhouding van normale cholesterolgehalten in het bloed.

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die ten minste 1 gram bètaglucanen uit haver, haverzemelen, gerst, gerstzemelen of uit mengsels van deze bronnen per aangegeven portie bevatten. Om de claim te mogen dragen moet aan de consument bovendien informatie worden verstrekt dat het gunstige effect wordt verkregen door een dagelijkse inname van 3 gram bètaglucanen uit haver, haverzemelen, gerst, gerstzemelen of uit mengsels van deze bètaglucanen.

Resistent zetmeel

De vervanging van verteerbaar zetmeel door resistent zetmeel in een maaltijd draagt bij tot de vermindering van de bloedglucosestijging na die maaltijd.

Als verteerbaar zetmeel is vervangen door resistent zetmeel, waarbij het definitieve gehalte van resistent zetmeel ten minste 14% van het totale zetmeel bedraagt.

 

Gezondheidsclaims voor vitamines en mineralen

Voor voedingsmiddelen die een bron zijn van een vitamine of mineraal (ten minste 15% van de ADH per 100 gram), mogen ook gezondheidsclaims worden gemaakt. Verschillende broodsoorten komen voor een of meer van onderstaande claims in aanmerking. Denk aan volkorenbrood (al dan niet met zaden of noten) en roggebrood. Ook zijn de meeste broodsoorten, waaronder melkwit en tarwe, een bron van fosfor. Hieronder staat een aantal voorbeelden van toegestane claims. Voor een gedetailleerd overzicht verwijzen we naar het register van de Europese Commissie en naar het overzicht van toegestane gezondheidsclaims.

Tabel: Toegestane gezondheidsclaims voor vitamines en mineralen

Soort

Claim

Voorwaarde

Vitamine B1 (thiamine)

Vitamine B1 (thiamine) draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme.

Een levensmiddel moet op zijn minst een bron van vitamine B1 zijn (voedingsclaim). Dat komt neer op minimaal 0,17 mg vitamine B1 per 100 gram product.

Vitamine B3 (niacine)

Vitamine B3 (niacine) draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme.

Een levensmiddel moet op zijn minst een bron van vitamine B3 zijn. Dat komt neer op minimaal 2,4 mg vitamine B3 per 100 gram product.

Vitamine B6

Vitamine B6 draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme, normale werking van het zenuwstelsel, normale vorming van rode bloedcellen, normale werking van het immuunsysteem, vermindering van vermoeidheid en moeheid en regulering van de hormonale activiteit.

Een levensmiddel moet op zijn minst een bron van vitamine B6 zijn. Dat komt neer op minimaal 0,21 mg vitamine B6 per 100 gram product.

Koper

Koper draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme, de instandhouding van normale bindweefsels, normale werking van het zenuwstelsel, normale pigmentatie van het haar en de huid, normaal ijzertransport in het lichaam en normale werking van het immuunsysteem.

Een levensmiddel moet op zijn minst een bron van koper zijn. Dat komt neer op minimaal 0,15 mg koper per 100 gram product.

Fosfor

Fosfor draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme, instandhouding van normale botten en tanden.

Een levensmiddel moet op zijn minst een bron van fosfor zijn. Dat komt neer op minimaal 105 mg fosfor per 100 gram product.

Magnesium

Magnesium draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme, vermindering van vermoeidheid en moeheid, normale werking van het zenuwstelsel, normale werking van de spieren en de instandhouding van normale botten en tanden.

Een levensmiddel moet op zijn minst een bron van magnesium zijn. Dat komt neer op minimaal 56,3 mg magnesium per 100 gram product.

IJzer

IJzer draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme, normale vorming van rode bloedcellen en hemoglobine, normaal zuurstoftransport in het lichaam, normale werking van het immuunsysteem, vermindering van vermoeidheid en moeheid.

Een levensmiddel moet op zijn minst een bron van ijzer zijn. Dat komt neer op minimaal 2,1 mg ijzer per 100 gram product.